nederlandse vereniging voor kunstzinnige therapieën

Verhalen; voeding voor de ziel

Door Redactie - In: Interview - 31 januari 2019

In de kunstzinnige therapie worden veel verhalen verteld. Sprookjes, mythen, sagen, fabels...

Ze spreken allemaal in beelden. En beelden zijn de taal van de ziel, zo zeggen kunstzinnig therapeut/docent Marijke de Mare en orthopedagoog/psycholoog Thea Giesen. Beelden en verhalen liggen hen zeer na aan het hart.

Marjolein Dorresteijn sprak met hen over dit thema.

Verhalen; voeding voor de ziel

Verrijkend

Wat is de meerwaarde van het vertellen van verhalen in de kunstzinnige therapie? Een verhaal is voedend voor de ziel. Je wordt er rijker van. Via een beeld kun je iets op een mildere manier zeggen, in plaats van bijvoorbeeld direct over iemands angst of depressie te praten. Het geeft de mogelijkheid om met wat meer afstand te kijken. Verhalen bevatten morele waarden: het schone, het goede en het ware. Schoonheid om van te genieten, vertrouwen dat het goede het kwade overwint en het ware verwijst naar oerwijsheid. Via het verhaal maakt iemand weer contact met die waarden. Wanneer een beeld goed getroffen is, kan iemand gevoelsmatig worden geraakt. Een beeld laat vrij en geeft herkenning.

Ervaringen verruimen

Een verhaal kan naar iets verwijzen, niet intellectueel maar via de beleving. Via het beeld kan iemand vanuit een ander perspectief naar zijn eigen situatie kijken. Het beeld is dan een krachtbron waar je moed, troost en vertrouwen uit kan putten. Bij kinderen (en ook volwassenen) biedt het beeld mogelijkheden om oude, onopgeloste ervaringen te verwerken, vanuit verbinding met het gevoel. Bij kinderen met hechtingsproblemen, die weinig 'bodem' hebben, kun je met een voedend verhaal weer een basis geven. Een beeld kan verder doorwerken na de therapiesessies. In het gesprek met de cliënt blijf je verbonden met het verhaal door in beelden te spreken. Kinderen leren woorden geven aan gedachten, gevoelens en gedrag van henzelf via het verhaal (mentaliseren). Ze gaan ook dingen herkennen bij anderen. Het begrip voor de ander groeit en daarmee de ontwikkeling van het empathisch vermogen."

Ploegen en eggen

Voordat een verhaal zijn werk kan doen moet er eerst een verbinding zijn met de cliënt. Het gaat erom dat iemand zijn hart opent. Dus eerst werk je aan de therapeutische relatie, aan het vertrouwen en het gevoel van veiligheid. Je kunt een prachtig verhaal hebben bedacht, maar als er geen verbinding is komt dat niet aan. Pas als er vertrouwen is kunnen beelden werkzaam worden. Als je een zaadje wilt planten in de grond, moetje de aarde ook eerst voorbereiden; ploegen en eggen, een proces in de tijd. Daarvoor is vaak weinig ruimte binnen de therapie, vanwege protocollen en tijdsdruk.

Hoe vertel je een verhaal?

Veel verhalen lezen ter voorbereiding voedt de eigen verbeelding van de therapeut. Als voorbereiding is het belangrijk om zelf de beelden die je wilt vertellen te doorleven én voor je te zien. Als het niet zo makkelijk gaat kun je beginnen met iets eenvoudigs, bijvoorbeeld een bloem, een kleur of een landschap. Van daaruit kun je dan verder gaan. Als je in een groep vraagt wat iedereen bijvoorbeeld bij het woord 'bos' voor zich ziet, ontstaat er een enorm palet aan beelden! Het is belangrijk dat je de tijd geeft om beelden op te laten komen. Soms zijn mensen teleurgesteld dat ze geen beelden krijgen. Ze denken dan dat ze geen verhalen kunnen vertellen. Er zijn mensen die meer auditief dan visueel zijn ingesteld en in woorden denken.

De rol van de verteller Het is belangrijk dat je als verteller niet gaat dramatiseren. Als je sterke emoties van jezelf in het verhaal tot uitdrukking brengt, kan de ander zich afsluiten. Dat is juist niet wat je wilt bewerkstelligen. Rustig, goed gevormd spreken met een lage ademhaling is belangrijk. Je kan een verhaal voorbereid hebben, maar in de ontmoeting met de cliënt merkje dat er soms iets anders nodig is, waar je op in moet spelen. Dat vraagt tegenwoordigheid van geest.

Differentiëren

Wat en hoe je vertelt is afhankelijk van de doelgroep. Bij kinderen en volwassenen met een beperking is het belangrijk de zinnen kort te houden en concrete beelden te gebruiken. Niet iedereen kan meteen lang luisteren. Als verhalen echt van binnenuit gevuld zijn gaat iedereen uiteindelijk mee. Hoe ouder de kinderen, hoe meer je qua vorm kan differentiëren. Zo kun je bij pubers gedichten en songteksten gebruiken. Ook kun je samen thema's die in het hier en nu spelen met deze inhouden verbinden. Biografieën kunnen pubers, adolescenten en volwassenen inspireren. Zoals het levensverhaal van Nelson Mandela, waarin de gedachte 'moed is niet hetzelfde als niet bang zijn' hem hielp om tijdens een vliegreis, waarbij een motor uitviel, niet overgeleverd te zijn aan zijn angst. In ontmoeting met tegenstanders gaf dit besef hem de kracht om te overleven tijdens zijn gevangenschap. Jacques Lusseyran, die op jonge leeftijd blind werd, kon in de oorlog zijn 'beperking' inzetten als verzetsstrijder. Alexej von Jawlensky kon ten gevolge van zijn ziekte niet meer schilderen met zijn hand, maar deed dat vervolgens met de mond.

Als therapeut kun je de kern van het thema eruit lichten en er vervolgens over in gesprek gaan. In het sprookje van de Kikkerkoning bijvoorbeeld smijt de prinses de kikker tegen de muur. Dat kun je bijvoorbeeld gebruiken om boosheid tot expressie te laten komen. Sprookjes hebben herkenbare thema's.

Voor ieder kan dat een ander beeld zijn. In Assepoester het 'niet gezien worden, eenzaamheid'. In Repelsteeltje het 'aan hoge verwachtingen moeten voldoen, op je tenen lopen'. In het lelijke jonge eendje het 'geboren zijn in een verkeerd nest' en 'gepest worden'. In de Kikkerkoning het 'gevoel van schuld en boete'. In Koning Lijsterbaard 'spot, hoogmoed en kwetsbaarheid'. Elk goed verhaal heeft zijn eigen ingang.

Ouderen hebben in het algemeen minder energie en kunnen soms niet lang luisteren. Korte zinnen, niet teveel uitweiden is dan goed. Een gebaar of een afbeelding kan het verhaal ondersteunen. Aan de hand van het verhaal 'het lelijke jonge eendje' kan de vraag 'in wat voor nest bent u geboren?' herinneringen naar boven brengen die met elkaar kunnen worden gedeeld. Zo'n gesprek draagt bij aan begrip voor elkaar en bevordert de gemeenschapsvorming in een woongroep.

Keuze van een onderwerp

Vanuit het beeldend werk kan ook een verhaal ontstaan. Bijvoorbeeld bij het schilderen van een kleurontmoeting kan een figuur of een dier tevoorschijn komen waar je verhalend op door gaat. Ontstaat er een zee in het blauw met een bootje en een eiland, dan kun je vragen wie daar op dat eiland woont. Zo kan zich een verhaal ontspinnen. Soms dragen cliënten zelf ideeën aan voor een verhaal met een goede of een slechte afloop. Ook een slechte afloop mag er zijn. Door een nieuw plot aan het verhaal toe te voegen kun je ruimte voor nieuwe ontwikkelingen aandragen. Als een kind eraan toe is, dan zal het dat oppakken en anders heeft het nog tijd nodig. Door met aandacht en liefde erbij te zijn geef je als therapeut vertrouwen, waardoor de cliënt een moeilijke fase kan uithouden en verder durft te gaan.

Contra-indicaties

Je kan meemaken dat een verhaal blijft hangen in dezelfde 'groef'. Als er niets verandert in het verhaal kan dat betekenen dat er iets speelt in de omgeving dat het probleem in stand houdt, zoals bij een vechtscheiding of misbruik.

Als je in die situaties het gevoel opent terwijl de situatie hetzelfde blijft vergrootje de pijn. Het is dan van belang contact te hebben met de omgeving en daar verder onderzoek naar te doen. In zo'n geval kan een verwijzing naar ouderbegeleiding of gezinstherapie belangrijker zijn dan door te gaan met de individuele therapie van het kind. Bij vermoeden van misbruik kan er al dan niet anoniem melding gedaan worden bij 'Veilig Thuis'. Een contra-indicatie voor het werken met verhalen kan ook iemand met een ernstige depressie of met een psychose zijn. Bij rationele cliënten die moeite hebben met verhalen kun je wellicht een ingang vinden via natuurbeelden.

Verbinding

Verhalen in de therapie geven de mogelijkheid om onverwerkte traumatische ervaringen te transformeren. Het is een manier om de eigen gedachten, gevoelens en handelingsimpulsen te herkennen, te ordenen en te begrijpen door zich te identificeren met figuren en gebeurtenissen uit een verhaal. Hierdoor kunnen angst, boosheid en verdriet doorleefd worden. Er ontstaat dan weer ruimte voor herstel en ontwikkeling. De beelden uit een verhaal geven hoop en vertrouwen om vanuit een ander perspectief naar de toekomst te leren kijken. Een verhaal kan voedend zijn om gemiste ervaringen uit de vroege kindertijd te leren kennen, of een gestagneerde ontwikkeling op te heffen. Zonder over problemen te hoeven praten of geconfronteerd te worden met oude pijn spiegelen de beelden uit een verhaal gevoelens op een indirecte wijze. Er zijn verschillende manieren om verhalen therapeutisch te gebruiken. De therapeut zoekt een verhaal dat past bij een thema van de cliënt, of maakt samen met de cliënt een verhaal. Er is ook een manier om de ander te inspireren zijn eigen verhaal te laten vertellen l . Het gebruik van verhalen vraagt uiteindelijk vooral om verbinding. Verbinding met de cliënt, die op z'n gemak moet zijn. Verbinding met het verhaal dat vanuit de beleving verteld wordt. Verbinding met het hier en nu, wat ervoor zorgt dat het verhaal afgestemd is op de cliënt op dat moment. Dan kan zichtbaar worden hoe diep de werking van verhalen is. En dat verhalen niet alleen een leuke verpakking zijn van kunstzinnige oefeningen.